|
|||||
|
In de periode 1993-2004 is
landelijk ringonderzoek naar de boerenzwaluw verricht. Eén van de zes
regio’s waar dat plaatsvond was Twente. Tot en met 1999 werd er het
zogenaamde Boerenzwaluw Project Nederland uitgevoerd. Aansluitend daarop
werd tot en met 2004 het Euring Swalow Project gerealiseerd. In de regio
Twente werd op negentien projectboerderijen onderzoek gedaan. Bij deze
onderzoeken werden zoveel mogelijk oudervogels gevangen om inzicht te
krijgen in overleving, plaatstrouw en dispersie van de jongen. Tevens werden
alle nesten gevolgd en gegevens vastgelegd in een database over eileg,
uitkomst en uitvliegen. Ook werd het aantal mislukte legsels genoteerd.
Indien bekend werd ook de oorzaak daarvan geregistreerd. Eén van de oorzaken
van het mislukken van legsels was predatie door uilen. |
|||||
|
|||||
|
Het eerste voorteken van
uilenbezoek op een zwaluwlocatie is vaak het ongewoon lage aantal
broedvogels dat wordt aangetroffen in de broedruimte. Meer zekerheid geeft
de controle van de nesten. Vaak treft men een groot aantal verlaten of lege
nesten aan. Ook is er af en toe in nesten gerommeld of zijn eieren stuk.
Soms worden ook plukresten van de zwaluwen gevonden of veren van de
desbetreffende uil. De impact van het ongenode bezoek is voor het verdere
verloop van het broedseizoen vaak groot. Krijgt een uil de kans om
herhaaldelijk zijn slag te slaan, dan wordt de broedruimte door zwaluwen
geheel verlaten. |
|||||
|
|||||
|
|
|||||
|
|||||
|
|
|||||
|
|||||
|
|
|||||
|
|||||
| Dit had een
duidelijke weerslag op het volgende broedseizoen toen nog maar acht
broedpaartjes terugkeerden op deze boerderij. Het aantal broedparen liep in
de jaren daarna op tot dertien in 2002.
Maar gaandeweg juni in 2002 ging het toch andermaal helemaal mis. Nesten
werden verlaten aangetroffen, jongen bleken bij controle te zijn verdwenen
of lagen dood in het nest. Ook het aantal broedparen werd geleidelijk aan
minder. De vondst van enkele uilenveren, duidde erop dat deze keer een
steenuil het gemunt had op de boerenzwaluwen in de stal. Door deze
verstoring zijn er in de maanden juli en augustus weinig jongen uitgevlogen.
Ook het broedseizoen 2003 werd de boerderij beheerst door overlast van
steenuilen. Na het herhaaldelijk binnendringen in de broedruimte werd de
boerderij door de zwaluwen geheel verlaten. Niettemin steeg vervolgens het
aantal broedparen in 2004 van negen naar elf. Van steenuilen werd dat jaar
niets vernomen en met slechts een mislukt legsel beleefde deze broedlocatie
met gemiddeld 8,5 uitgevlogen jongen per broedpaar dat jaar het beste
broedresultaat uit de gehele onderzoeksperiode |
|||||
|
|||||
|
|
|||||
|
|||||
|
Als laatste nog een voorbeeld van overlast door
uilen in de afgelopen jaren. Het betreft hierbij een erf dat al vanaf 1992
jaarlijks betrokken is bij onderzoek naar de boerenzwaluw. Tot en met 2004
in het kader van bovengenoemd project en in de jaren daarna als ‘RAS-locatie’.
RAS staat voor ‘Retrapping Adults for Survival’. Daarbij komt het er op neer
dat volwassen vogels ( broedvogels ) jaarlijks worden teruggevangen en
daardoor hun overlevingskansen berekend kunnen worden. Al jaren heeft in de
directe omgeving van deze boerderij een paartje steenuilen zijn territorium
zonder hierbij overlast te veroorzaken voor de boerenzwaluw. Het jaar 2009
was hierop echter een uitzondering. Bij de eerste controle op 22 mei 2009
werden aanvankelijk zeventien bezette nesten geteld met eieren of kleine
jongen. Het aantal broedparen werd geschat op minimaal twintig. Merkwaardig
bij deze controle was dat de eieren van enkele voltallige legsels koud
waren. Ook was in sommige nesten gerommeld en waren eieren stuk. Wel konden
op die datum twee nesten met jongen worden geringd. Bij een nieuwe controle
enkele dagen later werden bange vermoedens bewaarheid en bleken alle legsels
verlaten of leeg te zijn. Ook het aantal aanwezige broedvogels was
behoorlijk afgenomen. Het vermoeden dat de steenuilen het hadden voorzien op
de zwaluwen, werd bevestigd door de eigenaar die in de vroege ochtend een
steenuil in de stal had zien vliegen. Hierop werden alle stalraampjes op een
kiertje gezet zodat de steenuil geen toegang meer had tot de stal. Dit bleek
te werken en in het verdere verloop van het seizoen werden geen nesten meer
vernield of gepredeerd. Maar het leed was inmiddels geschied en het aantal
zwaluwen was afgenomen tot tien broedparen. Gelukkig bleken deze zwaluwen al
snel het broedseizoen te hervatten en op 12 juni waren alweer negen legsels
bezet. Mede doordat al vrij snel de overlast door de steenuil werd
tegengegaan, werd voorkomen dat deze locatie geheel werd verlaten. In 2010
liep het aantal broedparen alweer op tot veertien om vervolgens in 2011
alweer boven de twintig broedparen uit te komen. De steenuil broedde zowel
als in 2010 als in 2011 weer op dezelfde plek als in 2009 maar veroorzaakte
geen overlast, mede doordat de stalraampjes nog steeds in ‘zwaluwstand’
stonden. |
|||||
|
|||||
|
Als we kijken naar de kerk- en steenuillocaties in ons werkgebied dan zijn er verscheidene boerderijen waar zowel boerenzwaluwen als uilen broeden. In mijn vele jaren ervaring als controleur en ringer van kerk- en steenuilbroedsels ben ik hierbij slechts incidenteel gestuit op predatie van zwaluwnesten door uilen. De ervaringen van collega-controleurs van kerk- en steenuilnestkasten in Noordoost Twente komen hiermee overeen. Navraag in de Achterhoek bij de coördinator van Zwaluwenprojectgroep Berkelland, Freek Weijermars, bevestigen dit beeld. Of de combinatie van uilen en zwaluwen op een erf, zonder dat er sprake is van predatie, nadelig is voor het zwaluwenbestand is aan de hand van onze gegevens niet te zeggen maar is ook zeker niet uit te sluiten.
Aan de hand van bovenstaande
ervaringen zou je kunnen zeggen dat;
*
predatie
voor een eigenaar van een zwaluwlocatie vaak een grote teleurstelling en
soms zelfs frustrerend Het voorkomen van predatie door uilen is in de praktijk niet altijd even eenvoudig. Bij gesloten broedruimtes - waar de zwaluwen alleen via de ramen naar binnen kunnen - is door het verkleinen van de invliegopeningen overlast eenvoudig te voorkomen. Ook kan er grof kippengaas voor de invliegopeningen worden geplaatst zodat ventilatie gewaarborgd is, maar uilen niet in de broedruimte kunnen komen. In open stallen zou men kunnen experimenteren met het spannen van kippengaas voor de nesten. Vooral wanneer meerdere nesten op dezelfde lijn aan balken zijn bevestigd zou dit kunnen werken. De predatie van huiszwaluwnesten is eenvoudig te voorkomen door het plaatsen van kunstnesten. Met het plaatsen van nestkasten door kerk- en steenuilwerkgroepen zou er rekening moeten worden gehouden met de aanwezigheid van zwaluwen. Het plaatsen van nestkasten in een stal waar ook boerenzwaluwen broeden is te ontraden. Ook het maken van een invlieg opening voor de kerkuil in een gevel waaraan huiszwaluwen broeden is af te raden. Tekst en foto’s, Johan Drop Bovenstaand artikel is het afgelopen jaar gepubliceerd in het tijdschrift het Vogeljaar 59 (3) 2011
|
|||||