Bijvoedering van vogels in de winter


Er is niets mis met bijvoedering  in de winter foto Wim Wijering

De afgelopen weken hebben we, afwisselend, al weer kennis kunnen maken met winterse omstandigheden. De eerste schaatswedstrijden op natuurijs zijn al verreden. Ook nu glijdt de temperatuur, vooral 's nachts, al weer enkele dagen behoorlijk  onder het vriespunt. We hebben geen idee wat Koning winter nog in petto heeft. Zelf zitten we in ieder geval lekker bij de warme kachel en doen ons vooral tijdens de afgelopen feestdagen tegoed aan tal van lekkernijen. Hoe anders is dat evenwel in de vrije natuur.

Bij koude hebben vogels,  mede door hun hoge lichaamstemperatuur van ca. 42 °C,  extra veel energie nodig. Dit geldt vooral voor de kleinere vogelsoorten. Zo eet een koolmees elke dag globaal zijn eigen gewicht aan voedsel. Ook soorten als ijsvogel en blauwe reiger hebben het dan al snel zwaar te verduren.

 Voor deze blauwe reiger kwam alle hulp te laat  foto Wim Wijering

Bovendien zijn 's winters de dagen erg kort wat hun mogelijkheden tot het vinden van genoeg voedsel beperkt. Ze moeten overdag voldoende energiereserves kunnen opbouwen om gedurende de nacht hun temperatuur op peil te houden. Daarnaast is bij vorst en sneeuw het voedsel ook nog eens moeilijk bereikbaar.

Sperwer man met lijsterachtige als prooi  27-05-2008 de Thij Oldenzaal  foto Herman Nordkamp

Wanneer je je realiseert dat voedsel zoeken de belangrijkste bezigheid van vogels is, is het begrijpelijk dat overleven extra moeilijk wordt wanneer ze onnodig verstoord worden. Langdurige voedselschaarste verzwakt onze gevleugelde vrienden en verstoort de stofwisseling; kortom ze worden ook nog eens erg vatbaar voor ziektes.

Vogels kunnen onder dat soort omstandigheden wel wat extra hulp gebruiken; niet alleen door ze te voeren, maar ook door rekening te houden met hun leefomgeving. Maak bijvoorbeeld de tuin niet, zoals dat zo mooi heet, winterklaar maar laat het blad eens liggen en laat uitgebloeide stronken overstaan tot aan het voorjaar. Het is verbazingwekkend wat de vogels hier aan voedsel kunnen vinden. Ook kan er bij de inrichting van de tuin rekening worden gehouden met vogels. Plant bijvoorbeeld wat besdragende en/of doornachtige struiken, leg een vijver aan, zorg voor geleidelijke overgangen of vervang schuttingen door heggen of hagen.

Als er dan gevoerd wordt, hoe en wanneer kan dit dan het beste ?
Moet er ook gezorgd worden voor water ?

Om deze vragen te kunnen beantwoorden moeten we eerst iets meer weten over vogels. Veel vogelsoorten als grutto, ooievaar en zwaluw trekken weg naar het zuiden. Ganzen, eenden, roodborsten en ook mezen komen vanuit het noorden naar ons land. Nog weer andere vogels, als roerdomp en ijsvogel zijn standvogels; zij verblijven hier het gehele jaar. In strenge winters zijn deze soorten erg kwetsbaar.

                                                                      Mezen veranderen van voedsel  foto Wim Wijering

Veel vogels, zoals mezen en heggenmussen, veranderen in de winter van voedsel. In plaats van insecten eten ze dan energierijke zaden en noten. Ze passen hun darmstelsel hier zelfs op aan. Daarnaast trekken veel zangvogels in de winter, vanwege het goede en ruime voedselaanbod, naar dorpen en steden.

Laat in het najaar, richting winter mag er gevoerd worden. Tot die tijd zijn er genoeg bessen, insecten, larven etc. in de vrije natuur te vinden. Het is juist goed dat de vogels zo lang hun eigen kostje bij elkaar scharrelen; ze raken anders te verwend en worden b.v. niet meer gestimuleerd om naar het zuiden te trekken. Een uitzondering zou kunnen worden gemaakt voor huis- en ringmus. Onderzoek heeft aangetoond dat jonge mussen in het eerste jaar best wat extra voedsel kunnen gebruiken.

                                                                       Huismussen hebben het 1e jaar extra voedsel nodig  foto Wim Wijering

Voeren kan het beste 's morgens vroeg en later in de middag. De vogels kunnen dan herstellen van de koude nachten en reserves opdoen voor de aankomende nacht. Voer niet te veel ineens; dit trekt alleen maar muizen en ratten aan.
 

Geelgors heeft kegelvormige snavel  foto Wim Wijering

                                                 Wat kan er zoal gevoerd worden ?

In de meeste tuinen treffen we voornamelijk zaad- en insecteneters aan, als mussen, vinken, mezen en merels. Zaadeters, zoals mussen, vinken en gorzen kunnen we herkennen aan de forse kegelvormige snavel. Met granen, maïs, zonnepitten, onkruidzaden, bruin brood en etensresten (geen zout!) kunnen we deze vogels tot een bezoek aan de voedertafel, of op de grond verleiden.
Insecteneters zoals heggenmus, roodborst, winterkoning en boomkruiper kunnen we herkennen aan de fijne priemsnaveltjes. Met fijn vogelvoer, meelwormen, maden, larven en ongekookte havermout zijn deze vogels bijzonder geholpen. Dit kan dan het beste op de grond, het liefst op beschutte plaatsen, zoals onder een heg of op ruime open plaatsen (denk aan verstoring door huisdieren).

Recept om zelf vetbollen te maken:
* Smelt drie pond ongezouten rundvet of ongezouten frituurvet in een pan.
* Wacht tot het warm is, niet heet !
* Voeg hier ca. 6 ons gebroken hennepzaad, maanzaad en 3 ons zonnepitten aan toe.
* Giet dit in een vorm (blik, karton, bloempot etc.).
* Leg daarin, voordat de brij stolt, een stevige katoenen draad die ruim uitsteekt.
   Zodra e.e.a. is gestold, is de bol klaar om buiten opgehangen te worden.

 Pimpelmees aan vetbol  foto Wim Wijering

                                                            Voedertips, kort samengevat:

* Voer niet te veel ineens; het liefst vroeg in de morgen en tegen het einde van de middag;
* Strooi het voer niet alleen op een voertafel maar ook op de grond voor soorten als heggenmus, huis- en
   ringmus, winterkoning en roodborst;
* Voer geen margarine of boter; deze werken als laxeermiddel.
* Voer geen producten met zout. Voer ook geen producten met smaakstoffen, ongekookte rijst, spekrandjes
   of droge kokosnoot. Dit kan voor vogels gevaarlijk zijn.
* Denk aan katten. Geef de vogels de gelegenheid katten op tijd te kunnen ontdekken en biedt ze een
   schuilplaats.
* Voer vooral natuurlijke producten, zoals zonnebloempitten, zaden, noten etc.
* Voer dat gemakkelijk bevriest, zoals appels, kan het beste in z'n geheel of in grote parten gevoerd worden.

                                                                    Appels en pompoenen voeren in grote parten  foto Wim Wijering

* Water is net zo belangrijk als voedsel; ook als het vriest;
--- > Ververs het water regelmatig.
--- > Geef geen lauw water of water met suiker of zout.
--- > Bij sneeuw redden de vogels zich wel.
* Voorkom bevriezing van de vogels in het drinkwater door :
--- > De drinkbak af te dekken met gaas.
--- > Drinken te geven door vergruisd ijs aan te bieden.
--- > Het drinkwater niet in een metalen bak te verstrekken; vogels kunnen hieraan vast vriezen!!!

                                                                     Heggenmus bij keramische drinkwaterbak   foto Wim Wijering

* Stop met voeren als de vogels jongen krijgen (Bouw het voeren wel af !). Zeer jonge vogels kunnen pinda's en zaden
   niet verteren en zullen sterven. Dit voer is bovendien voor veel jonge vogels te eenzijdig.

                                                             Tips voor de voedertafel :

* Het beste kan gekozen worden voor een overdekte voedertafel. Het voer blijft dan overwegend droog.
* Voer met mate en borstel de plank regelmatig met heet water schoon. Vogels hebben namelijk de eigenschap
   hun behoefte te doen op de voederplek op het moment dat het begint te dringen. In hun uitwerpselen
   (urine en fecaliën door elkaar) bevinden zich schadelijke bacillen. Een groot aantal vogels, geconcentreerd
   op een kleine plaats, veroorzaakt al snel een kweekplaats voor deze bacillen.
* Houd rekening met een aanvlieg- en vluchtroute. Een voedertafel in de nabijheid van struiken is aan te
   bevelen.

Spreeuw en merel op voedertafel   foto Wim Wijering


                            Wat doet de  Natuur- en vogelwerkgroep " de Grutto" voor vogels in de winter?

 Koning winter doet zijn intrede  foto Wim Wijering

Onze Vereniging kent een heuse "wintervoederingploeg". Wanneer Koning Winter toeslaat met zware vorst of hevige sneeuwval wordt het draaiboek van de wintervoedering voor de dag gehaald. Er wordt dan een heus crisiscentrum ingericht, welke tevens dienst doet als voedseldepot. Dit is voor een gecoördineerde actie onontbeerlijk. Op de oproepen aan alle leden en donateurs om niet alleen thuis te voeren, maar ook geschikt voedsel aan te leveren voor de vogels in de buitengebieden, wordt over het algemeen goed gehoor gegeven. Veelal wordt slachtafval, runder- en varkensvet, koek, beschuit, zaad, brood, eikels, vis en visproducten, vetbollen en pinda's, groente en fruit beschikbaar gesteld. Dit wordt verkregen bij de vertrouwde slachterijen, poelierbedrijven, bakkerijen, graanhandelaren, groentehandelaren, visbedrijven uit de buurt en een beschuit- en koekjesfabrikant uit de regio. De laatste jaren doet ook de Hengelose afdeling van de Dierenbescherming regelmatig een stevige duit in het zakje. Bij strenge winters dienen we voorts financiële aanvragen in bij het Nationale Comité Wintervoedering van Vogels. Deze worden meestal gehonoreerd. Met de beschikbaar gestelde gelden, aangevuld met extra giften van leden/donateurs en geld uit eigen kas, wordt goed voedsel, zoals zaden en granen aangeschaft.

 Bernard Hottenhuis bezig met uitstrooien wintervoedsel foto Wim Wijering

Op de gebruikelijke plaatsen in het buitengebied worden doorgaans 5 tot 8 geschikte voederplaatsen ingericht. Hiervoor melden zich globaal zo'n 25 vrijwilligers ! Zo worden er voederplaatsen gecreëerd op open plekken voor reigers en buizerds, maar ook voor allerlei zangvogels. Andere diersoorten profiteren hier van mee. Verder worden er wakken geslagen voor verschillende soorten watervogels, die met graanproducten, maïs en eikels worden bijgevoerd. Voor de verschillende uilensoorten worden ook nog eens aparte kleine voederplaatsen ingericht. Dit laatste gebeurt door het uitstrooien van graanproducten in de foerageergebieden van de uilen, waardoor muizen en ratten worden aangelokt.

 Johan Stevelink voert eikels aan noodlijdende watervogels  foto Wim Wijering


In het  "Crisiscentrum" wordt het voedsel voor de verschillende vogels en de afzonderlijke voederplaatsen klaar- gemaakt. In een grote gehaktmolen worden de verschillende ingrediënten vermalen, waarna dit vermengd wordt met gesmolten runder- en varkensvet. Uiteindelijk worden hier voedselpakketten van samengesteld. Verschillende vogelsoorten maken hier maar wat graag gebruik van. In het verleden heeft de regionale pers veelvuldig artikelen besteed aan de wintervoederingacties van onze Vereniging.

Op de diverse voederplaatsen worden veel vogelsoorten (soms zelfs 40 en meer!) waargenomen, waaronder bijzondere soorten als blauwe kiekendief, rode wouw, havik, kerkuil, grote zaagbek, nonnetje, smient, zwarte - en groene specht, bonte kraai, notenkraker, pestvogel, kuifleeuwerik, geelgors en keep. Leuk te vermelden is dat buizerds elkaar op de voederplaats redelijk goed verdragen, maar dat blauwe reigers erg onverdraagzaam zijn jegens soortgenoten. De onderlinge afstand mag zeker wel 50 meter of meer bedragen, anders is het geheid hommeles geblazen! Vermeldenswaard is verder dat we tijdens de winterperiode in 1991 op een Hitchcockachtige manier overspoeld werden door duizenden hongerige spreeuwen.

Buizerds verdragen zich op de voederplaats  foto Wim Wijering


Uiteraard vallen er elk jaar wel weer de nodige winterslachtoffers te betreuren. Hieronder zaten in een aantal strengere winters ijsvogels, dodaarsjes, futen, aalscholvers, blauwe reigers, rans- en kerkuilen, boomkruipers en zelfs een keer een roerdomp. Dat is jammer, maar het is helaas niet anders. Ook nu alweer zijn er bij het dierenopvang- centrum van Paulette Baake te Enschede, kortweg DOT, de eerste winterslachtoffers als blauwe reigers, ijsvogels en kerkuilen binnengebracht.


       Kerkuil  1 van de eerste winterslachtoffers  foto Wim Wijering

Niet zelden hoor je:  Moet er eigenlijk wel gevoerd worden??

Waarom wordt dit nu eigenlijk gedaan? Is het wel echt nodig? Worden de zwakste vogels niet juist de winter doorgeholpen waardoor hele populaties kunnen verzwakken? In de natuur overleven immers de sterksten! Dat zijn zoal wat geluiden van mensen, die wat kritisch reageren op bijvoederingacties.

Los van alle genoemde feiten over lichaamstemperatuur en de tijd die een vogel in de winter heeft om zijn/haar kostje bij elkaar te zoeken, moeten wij ons als mensen realiseren dat juist wij het zijn die de afgelopen eeuwen zo drastisch in de verschillende biotopen hebben ingegrepen, waardoor veel leefgebieden voor vogels en navenant hieraan het voedsel, nog maar voor een deel voldoen aan de eisen die die vogels er aan stellen.

IJsvogel heeft tegenwoordig veel meer te lijden van winterse omstandigheden  foto Wim Wijering


De ijsvogel kan hierbij als een zeer goed voorbeeld worden aangehaald. Veel afwateringswegen zijn de afgelopen decennia genormaliseerd, zeg maar: rechtgetrokken. De natuurlijke waterlopen en daarmee de stroomversnellinkjes zijn hiermee verdwenen. Dit houdt in dat beken sneller dichtvriezen, waardoor het voedsel voor de ijsvogel, te weten vis, onbereikbaar wordt. Het gevolg hiervan is dat de wintersterfte onder ijsvogels tegenwoordig veel hoger is dan vroeger. In zachte winters kunnen de ijsvogels goed overleven. Meerdere zachte winters achter elkaar levert een hoger bestand aan ijsvogels op, zoals nu al een aantal jaren het geval is. Komt er dan een keer een echte winterse periode, dan kan het maar zo zijn dat wel 80 tot 90% van de ijsvogelpopulatie het loodje legt. Ook winterkoninkjes kennen dit fenomeen.
 

 Boomklever bij wintervoer  foto Wim Wijering


Winter- , liever gezegd, bijvoedering maakt dus een deel uit van het beschermingswerk van onze vogels. Daarnaast is het gewoon prachtig om de activiteiten van de verschillende vogels in je eigen tuin te van dichtbij waar te nemen. Voor veel ouderen vormen vogels dicht bij huis bovendien wat extra lichtpuntjes om de sombere wintermaanden door te komen! Verder moeten we niet vergeten dat wintervoedering ook voor kinderen uit educatief oogpunt erg leerzaam is. Zo raken ze ieder geval op een gemakkelijke manier vertrouwd met moedertje natuur. Mocht er wederom een strenge winter voor de deur staan, dan is onze Vereniging er ieder geval klaar voor!

                                                                   Onze Vereniging is klaar voor de winter  foto Wim Wijering


Jan Willem ten Cate en Wim Wijering