| |
| |
Succesvol
broedgeval van een Wespendief. |
|
|
|
| |
Het afgelopen jaar heeft er in ons verenigingsgebied een wespendief gebroed.
Voor mij was het de eerste keer dat ik deze soort broedend heb aangetroffen.
Gezien hun geheimzinnige gedrag op de broedlocatie betekend dit niet dat ze
hier niet vaker hebben gebroed. Twee jongen vlogen uit van dit bijzonder
broedgeval!
|
|
| |

Geen
sporen van bewoning rondom bestaand nest
|
Het had niet veel gescheeld of het broeden van deze bijzondere roofvogel
was onopgemerkt gebleven. Begin mei was er bij een oud bestaand nest in
een lariks wel enige activiteit. Rondom de nestboom werden echter geen
poepspetters of andere sporen van bewoning aangetroffen. Mogelijk dat
hier door een buizerdpaar nog een late broedpoging werd begonnen.
Buizerds leggen hun eieren gewoonlijk in de periode vanaf eind maart tot
half april. Met een broedduur van ruim zes weken zouden er dan in de
loop van juni jongen moeten zijn. Maar ook toen was er onder het nest
nog steeds niets te zien dat hierop wees.
Dus heb ik het nest maar even gelaten voor wat het was. Tot de derde
week van juli, toen duidelijk verse loofbladeren waren te zien op de
rand van het nest. Dit kon alleen maar betekenen dat het nest dus toch
bewoond werd. En gezien de tijd van het jaar rees het vermoeden dat het
wel eens een wespendief zou kunnen.
|
|
|
| |
| |

Twee bijna volgroeide jonge wespendieven
|
|
|
|
| |
|
Om zekerheid te krijgen werd de telescoop op enige afstand van de
nestboom opgesteld. Het was nog even zoeken om een goed beeld door het
bladerdak van de omringende bomen te krijgen. De telescoop onthulde na
enige tijd tot mijn grote verrassing twee bijna volgroeide jonge
wespendieven. Goed herkenbaar aan de choco-kleur en de kenmerkende
neusspleet in plaats van de gebruikelijke ronde neusgaten zoals bij
overige roofvogels. Omdat de jongen diep in het nest lagen was het
lastig om een goede leeftijd schatting te maken. Toch was dit belangrijk
om te weten, in verband met het eventueel ringen van de jongen. Gemaakte
foto’s van de jongen heb ik laten beoordelen door Rob Bijlsma. Hij geldt
als de wespendiefexpert van Nederland. De leeftijd van de jongen werd
door hem geschat tussen 36 en 40 dagen. Het ringen van jonge
wespendieven kon ik dus wel vergeten. Jammer! Maar het risico dat de
jongen hierbij uit het nest zouden springen was veel te groot.
|

Uitgevlogen jonge wespendief op tak naast nest
|
|
|
| |
De leeftijd was goed geschat want een week later zat al één van de jongen op
een tak naast het nest. Gewoonlijk verlaten de jongen het nest na 42 dagen.
Terugrekenend was het paar al op ongeveer 22 mei begonnen met de eileg. Dit
betekent dat de eerder genoemde activiteiten rond het nest, begin mei, van
dit paartje wespendieven moet zijn geweest. Waarschijnlijk waren ze op dat
moment slechts enkele weken teruggekeerd uit hun overwinteringsgebied in
centraal Afrika om vervolgens al snel op een geheimzinnige en onopvallende
manier aan een nieuw broedseizoen te beginnen. Typisch wespendief! Heel
bijzonder en speciaal.
|
|
| |
.jpg)
De wespendief heeft korte stevige poten voor het uitgraven van
wespennesten. ( foto Johan Gyskens) |
Buitenbeentje.
De wespendief is een buitenbeentje binnen de roofvogels in Nederland.
Alles aan een wespendief is eigenlijk speciaal. Het heldergele (
vrouwtje ) of oranje ( mannetje ) oog in de kleine duifachtige kop, het
spleetvormige neusgat, de slanke hals, de stevige poten, de vlinderende
baltsvlucht, het onopvallende gedrag op de broedplaats, de gelijke
taakverdeling tussen man en vrouw wat betreft het bebroeden van de
eieren en het warm houden van de jongen, de voedselkeus. Het aantal
broedparen van deze bosbewoner wordt in Nederland geschat op 500 – 650
paar, waarvan de grootste populatie op de Veluwe.
|
|
|
| |
De wespendief is een middelgrote roofvogel met het formaat van een buizerd
met wie hij dan ook vaak wordt verwisseld. De wespendief is echter
sierlijker en houdt de vleugels geheel vlak tijdens het zweven. ( buizerd
V-vormig ) Het is een trekvogel die de helft van zijn leven in Afrika
doorbrengt. De naam wespendief verraad al de voedselvoorkeur van deze
bijzondere roofvogel. Voor hun voedsel zijn ze voor een groot deel
aangewezen op de larven van grondwespen. Vandaar ook dat de wespendieven pas
eind april of begin mei aankomen op hun broedplaatsen. Deze timing is
helemaal afgestemd op de ontwikkeling van de wespennesten, die pas begin
juli een redelijke omvang krijgen. Zodra er geen wespenlarven meer zijn,
ongeveer eind augustus, vertrekken de oude vogels weer net zo stil als ze
kwamen naar Afrika. De jonge vogels vertrekken één of twee weken later.
Bijzondere jachtstrategie.
Door hun bijzondere jachtstrategie worden wespendieven weinig gezien. Voor
het grootste deel van de dag zitten ze, voor zover niet broedend, op een tak
langs bosranden om zich heen te kijken tot ze een wesp voorbij zien vliegen.
Die proberen ze te volgen waarna ze opnieuw geduldig gaan posten. Op die
manier komen ze stapje voor stapje dichter bij de plek waar de wespen naar
toe vliegen: het wespennest. Als ze dat ontdekt hebben gaan ze aan het werk.
Met de korte stevige graafpoten, die meer lijken op scharrelpoten van een
kip dan op roofvogelklauwen, graven ze het nest uit. De wespensteken ervaren
ze wel als hinderlijk maar ook niet meer dan dat. Het neusgat is smal en
spleetvorming en de snavelbasis is breed, met korte borstelige veertjes waar
geen wesp doorheen kan prikken. Als het nest is uitgegraven snoept de
wespendief een voor een de wespen en larven eruit en ook de raten worden
opgegeten. Ook het menu van de jongen bestaat uit wespenbroed. Voor hun
voedselvluchten worden grote afstanden van meer als 5 km afgelegd. Uit
onderzoek aan gezenderde broedvogels bleek dat vooral de vrouwen een groot
gebied bestrijken tot soms meer dan 10 km rond de nestplaats. De maximale
afstand van een foeragerend vrouwtje tot haar nest bedroeg 62 km.
|
|
| |
| |

Aanvliegende wespendief met wespenbroed voor de jongen
|
|
|
|
| |
Jongen.
De jongen van in dit artikel genoemd broedsel werden zoals vermeld pas op
leeftijd van ruim 5 weken ontdekt. Bij enkele langdurige observaties op
ruime afstand van het nest werden van beide ouders voedselvluchten gezien.
Het zoeken,vinden en uitgraven is een tijdrovende klus. De prooiaanvoer was
dan ook zeer onregelmatig met ongeveer 1x per twee uur. Vaak kon je de grote
brokken wespenraat zien in de poten van de aanvliegende wespendief.
De
jongen vlogen begin augustus uit. Geregeld waren ze te zien op een tak naast
het nest. Eenmaal uitgevlogen jongen keren (soms tot aan het moment van
wegtrek) naar het nest terug om te slapen en om door de ouders van prooi te
worden voorzien. Vanaf half augustus heb ik de oudervogels niet meer gezien.
Het zou heel goed kunnen dat ze toen al op weg waren richting Afrika. Bij
wespendieven is het normaal dat de jongen langer in de omgeving van hun
ouderlijk nest blijven dan de ouders.
|
|
| |
| |

Jongen wespendieven zijn snel zelfstandig |
|
|
|
| |
Zodra de jongen uitgevlogen zijn kunnen ze al heel snel zelfstandig voedsel
zoeken. Het opsporen van wespennesten en uitgraven van de raten is een
handigheid die genetisch bepaald is. In tegenstelling tot andere roofvogels
waarbij de ouders de jongen nog lang voeren en ook leren hoe te jagen. De
jonge vogels heb ik vanaf begin september niet meer gezien en zullen
ongetwijfeld hun ouders achterna gereisd zijn op weg naar het warme
insectenrijke Afrika waar ze in de meeste gevallen ook hun eerste zomer
doorbrengen.
Tekst en foto’s tenzij anders vermeld : Johan Drop
secretariaat@nvwgdegrutto.nl
Natuur- en Vogelwerkgroep De Grutto
Literatuur: Bijlsma R.G. 1993; Ecologische
atlas van de Nederlandse roofvogels.
SOVON vogelonderzoek Nederland
|
|
| |
|
|
| |
|
|
| |
|
|
| |
|
|
| |
|
|
| |
|
|
| |
|
|
| |
|
|
| |
|
|
| |
|
|
| |
|
|